Posted by: Quirijn | July 2, 2008

Dwars door de outback

Ik zou jullie niet langer meer in spanning houden: hier is dan eindelijk mijn verhaal over mijn tocht door de outback. Een tocht die nu al zijn eigen roem ontstegen is. Een tocht waarvan de verhalen de ronten door gaan; gefluister over de epische tocht en over alle dappere helden die er in voor komen. Een verhaal dat mensen doet schudden op hun grondvest van opwinding. Maak je klaar… Hier gaan we!

We landen in de nacht van 21 juni op het vliegveld van Darwin, de hoofdstad van Australian Northern Territory. Wat is het aangenaam warm! In Cairns waren de temperaturen ook lekker zomers, maar ’s avonds had de stad vaak de neiging behoorlijk af te koelen. Het heeft een hele duit gekost om naar Darwin te komen: het is namelijk het hoogseizoen – het droge seizoen. Er zijn hier maar twee ’seizoenen’: droog en nat. Nat is nat en veel te heet, maar droog daarentegen is… Droog en warm. En duur! De prijs van ons hostel was een torenhoge $29. We waren hier naar toe gekomen met een aantal ideen: werk vinden, de omgeving verkennen of een lift vinden naar Alice Springs – het midden van het land dat we absoluut niet mochten missen. Onze wensen kwamen door omstandigheden niet tot vervulling en na een saaie drie dagen (waarin Jaap en ik tenminste wel verder zijn gekomen dan de supermarkt… Sam?) voelden we ons opgesloten in een stad die overal veel te ver vandaan is. Het geluk naderde ons uiteindelijk toch nog een beetje: ik kwam Yarden weer tegen! Yarden komt uit Israel en ik heb samen met hem in Nieuw Zeeland twee tracks gelopen (Routeburn en Cables). We konden het altijd erg goed met elkaar vinden en het was dus een leuk wederzien. Hij zag het idee van een auto huren wel zitten, maar dat zou – zo bleek later – moeten wachten tot in Alice Springs, want in Darwin wilde ze hun auto’s liever niet kwijt. We hebben dus de trein gepakt! Met The Ghan dwars door het land om na 24 uur bankzitten aan te komen in het rode midden. Onderweg zagen we termietheuvels, kangaroes en een voorbode van er nog meer ging komen: rood zand.

We werden in een hostel geholpen aan een huurauto. De (nederlandse!) vrouw achter de balie had een mooie deal waarin je zowel een auto als campinguitrusting krijgt voor drie dagen. Vervolgens gaf ze ons nog een bak rode kool die ze nog over had, en we waren verkocht. Dat deed ze slim. We waren nu met z’n vijfen: Sam, Jaap, Yarden, Adi (een Israelisch meisje waar Yarden samen mee reisde) en ik. De campinguitrusting bestond uit een gasstelletje, tafel en stoelen, borden en bestek, slaapzakken en swags. Swags zijn grote waterdichte zakken met een matrasje er in. We hadden allemaal onze eigen. Het nadeel van zoveel spullen al in de auto, is dat je zelf minder mee kan nemen, dus moesten wij onze tassen even reorganiseren om zo de helft in de backpacker achter te laten. Na nog even de huisslang van de backpacker (neen, geen tuinslang) vast te hebben gehad, moesten we dan toch echt gaan. Uluru was onze eerste bestemming, misschien beter bekent als Ayers Rock, de rode rots midden in de woestijn. Gelijk een flinke 500 kilometer voor de boeg!

Na een enorme rit (hoewel we daar inmiddels wel aan gewend zijn) kwamen we net iets voor het natuurgebied voor de Uluru tot stilstand. Tijdens de rit hadden we het oneindige niks van de outback bewondert, waar om de zoveel kilometer een dode kangaroe lag. Het was nu echter al bijna donker en in het donker mag je niet rijden (dan zou je levende kangaroes van te dichtbij bewonderen). Bovendien mag je in het natuurpark – Aboriginal land – niet wild kamperen. Dus werden de swags even iets van de weg uitgerold, werd er een fors kampvuur gemaakt en begonnen we met het bereiden van de hamburgers op het gasstelletje. Na nog even lekker om het kampvuur zitten, was het tijd om te slapen: de volgende ochtend wilden we absoluut de zonsopkomst op de Uluru niet missen – om half 6 zou de zon er al zijn! Knus was het wel in de swag en bovendien een fantastische manier om de prachtige sterrenhemel te kunnen zien, maar wat was het koud! In de woestijn is het overdag warm en ’s nachts ijskoud… Het vriespunt werd geloof ik net niet gehaald. Bovendien: overdag was het eigenlijk helemaal niet zo warm, twintig graden ofzo, daar ik 45 graden had verwacht. En daar komt nog bij dat de outback eigenlijk helemaal geen woestijn is. Meer een inmens grote vlakte met struiken, rotsen en wat kleinere bomen. Maar die sterren: wauw!

UluruDe zonsopgang over de Uluru was inderdaad erg mooi, alhoewel de zon niet om half zes, maar meer om half acht op kwam. Iets te vroeg opgestaan dus, maar ik had dit niet willen missen! De enorme massa stenen kleurt met elk zonnenstraaltje roder en roder tot dat hij uiteindelijk zo rood als een biet dreigt te ontploffen.  De nodige foto’s werden geschoten en toen was het tijd om de rotsformatie van iets dichterbij te bekijken (en eigenlijk zouden we hem ook wel willen beklimmen, hoewel de aboriginals dat liever niet hebben…). De weg omhoog was afgezet en dus werd het geen klimpartij. Toch zijn Yarden, Adi en ik nog even een stuk om de rots heen gelopen (Sam en Jaap bleven liever warm in de auto om nog even te slapen). Wat ziet de Uluru van dichtbij er ontzettend anders uit! Veel uitgeholde vlakken rots waar je onder door kon lopen. Het meeste deed het me nog denken aan golven die door de rots onze kant op werden gestuurd. Erg indrukwekkend ook trouwens om naast zoiets groot te staan: van vlakke grond schiet er opeens een rode muur een vijftig meter de lucht in. We zijn hierna nog iets verder gereden om ook de Kata Tjuka te kunnen zien: enorme rotsen die als bolletjes bij elkaar zijn gaan liggen. We zijn via de track de Valley of the Winds dwars tussen de rotsen door gestoken om er zo helemaal door opgenomen te worden. Omhoogkijkend kromp je vanzelf. We genoten met teugen, zonder te weten wat ons allemaal nog te wachten stond…

We zouden die nacht wederom wild gaan kamperen, ditmaal vlak voor het natuurpark van de Kings Canyon waar we de volgende dag naar toe wilden. Hadden we alle verborgen tekenen maar niet genegeerd! Eerst werden we tegen gehouden door een familie drommedarissen, die – naarmate wij meer gas gaven – sukkelig steeds harder voor ons uit gallopeerde. Uiteindelijk gingen ze naar rechts en konden wij weer door rijden. Vervolgens kwamen we langs een gecrashte auto langs de weg: totaal totalloss, hoewel de motor nog wel gewoon wilden starten (de sleutel zat nog in het contact!). Op de stoelen en ramen kleefde bloed. Alles wees er op dat dit vrij recent was gebeurd! Wij stapten weer in onze auto en draaide, na een tijdje rijden, naar rechts een zandpad op om een slaapplek te vinden. We kwamen echter na vijtig meter een bord met ‘verboden toegang’ erop tegen en besloten om te draaien. Binnen no-time zaten we muurvast in het mulle zand. Na talloze pogingen van zowel voor- als achteruit was de auto nog steeds op de zelfde plek: de achterwielen hadden totaal geen grip in het rode zand. Het begon inmiddels donker te worden en niets wees erop dat we hier zelf uit zouden kunnen komen! Help!

Sam en Jaap gingen op weg om hulp te halen en ze kwamen gelukkig na een uurtje weer terug met een 4WD auto! We waren gered! Toch? De knul achter het stuur was echter knullig en hoewel na een dappere poging, waarin alleen onze voorbumper verplaatsten, bromde hij wat over een aantal vrienden en vetrok hij weer. Zijn vrienden die vervolgens met hem terug kwamen, waren echter niet alleen knullig maar ook nog eens enorme eikels. Na wat gevloek over verboden terrein en fikse boetes, wat heen en weer geloop om de auto en na uiteindelijk wat gebrom over een barbeque vertrokken ze weer, ons achter laten in ons lot. Wij in onze situatie geen raad wetend, gingen toen maar zonder diner slapen, hopend dat de volgende dag meer geluk bracht. We dachten allemaal het zelfde voordat we in slaap vielen: we zitten vast, midden in de outback, met een huurauto die eigenlijk niet van het asfalt af mocht; dit is helemaal niet leuk! Gelukkig werden we de volgende dag binnen een enkele poging uit het zand getrokken. De baas van de jongens had er duidelijk meer verstand van. We waren blij om weer los te zijn, maar echt zin om nog naar Kings Canyon te gaan hadden we niet meer. Lekker terug naar Alice Springs, lekker warm douchen en een normaal bed. Dit avontuur was genoeg geweest. We leverden de auto uiteindelijk op tijd weer in bij het huurbedrijf en waren opgelucht dat we niets extra’s hoefden te betalen. Het ene avontuur was geeindigd, maar het andere stond alweer op het punt te beginnen.

Ik reis nu weer alleen. Nouja alleen… Zonder Sam en Jaap. Yarden en Adi hadden namelijk een hele mooie deal op de kop kunnen tikken: een camper/terreinwagen terug brengen naar Adelaide. Er was nog plaats voor een iemand meer en Sam en Jaap wilden eigenlijk liever in Alice Springs blijven. Dus daar scheidde onze wegen: ik wederom met Israeliers mee en de andere twee in de backpackers van Alice. Het waren in ieder geval een fantastische twee maanden jongens! Maar wat had ik de tocht van Alice Springs naar Adelaide toch echt niet willen missen. De auto deed het hem: een V8 terreinwagen, vierwielaandrijving zodat we elk zandheuveltje konden nemen, een uitlaat bovenaan de auto om ook door water heen te kunnen, maar liefst twee tanken met diesel, en bovendien een keukentje en slaapplaats voor drie achterin. Het mooie van dit alles was dat we hiervoor slechts een kleine $90 dollar (pp) voor hebben neer moeten leggen – inclusief eten, benzine en al het andere! Voor benzine kregen we namelijk $160 mee en slapen deden we gewoon in de auto. In vergelijking: met $90 kan je drie nachten slapen in Darwin en dan ook alleen slapen. De tocht was er een van 1500 kilometer en we zouden hem rijden in drie dagen (Yarden moest zijn vlucht in Adelaide halen). Dat betekende dus rijden, rijden en nog meer rijden! Onderweg zagen we nog veel meer dode kangaroes langs de weg dan de vorige keer, maar ditmaal ook wilde paarden en schapen en zelfs nog een keer levende kangaroes! Koken ging prima in het keukentje en voor het eerst at ik weer eens wat anders dan Pasta de la Mama die ik zo vaak had gemaakt met Sam en Jaap. ’s Avonds stoptten we dan bij een klein plaatsje wat niet veel meer was dan een kroeg en een benzinestation. De kroegen had ik verwacht als woeste boevennesten tot de nok gevuld met tuig van de bovenste plank, maar ondanks de eigenaar nog een cowboyhoed droeg, was niets minder waar. Net zoals je verwacht dat je de hele tijd over zandpaadjes rijdt: gewoon een vlakke asfaltweg van A naar B. We hebben overigens nog wel een aantal keer het asfalt verruild voor het woeste zand: de wagen deed het geweldig zoals ie over het zand scheurde! Efin, ’s avonds werd er dan een biertje gedronken, nog even gepooled en vervolgens bouwden we het keukentje om tot bed en legden we daarboven de houten planken goed om zo nog een bed te creeeren. Ik sliep boven. Ik lag met mijn hoofd onder het dakraampje, wat ik elke avond helemaal open heb gedraaid om zo in slaap te vallen onder de sterren (na de eerste nacht heb ik hem ook weer dichtgedraaid zo koud al ik het daarna kreeg!).

Onderweg zijn we nog een aantal keren gestopt. Bijvoorbeeld om de zingende dingo te zien! Hoe verzin je het: een dingo op een piano die dan de hele tijd gaat janken. Wat hebben we gelachen! Ook zijn we nog even gestopt in een van de Opal-delf-dorpjes. Opal is een hele mooie steen soort en omdat ie daar werd gedolven, was het aanschaffen van Opal daar het goedkoopste. Bijna had ik nog een paar hele mooie sieraden gekocht, maar… Sorry mam, als nog een beetje ver boven mijn budget. Hier waren ook de ondergrondse kerk en boekhandel trouwens! Maar na een ondergrondse kerk in Rome te hebben gezien, was dit niet veel meer dan een kerk met een hoop zand er over heen gegooid. Nee waar ik nog het meeste van heb genoten was van het eindeloze niets. Klinkt gek he? Maar de hele route lang is het een eindeloze massa van niets. En dit is erg mooi en rustgevend tegelijkertijd. Uiteindelijk veranderde het landschap en zagen we uiteindelijk zelfs weer water. Adelaide was bereikt en na samen nog een maal genoten te hebben, heb ik ik afscheid genomen van Yarden en Adi. Mijn laatste twee weken in Australie zijn aangebroken. Ik ga proberen te Wwoofen en misschien Couchsurfen om zo een beetje geld te besparen, want: ik leef om mijn laatste $300! Adelaide is in ieder geval een erg leuke stad. Vandaag heb ik lekker in de Botanical Gardens gelopen en ben ik naar het museum geweest (voorstelling over Aboriginals). Het is wel wat kouder, maar 18 graden met zon… Ik heb niet te klagen!


Responses

  1. Hey Quirijn,

    Wat grappig dat je toch steeds weer bekenden tegen komt! Die Australiers kende je van Nieuw Zeeland toch? Klinkt wel stoer, die tocht die je gemaakt hebt (hoewel lang niet zo spannend als al papa’s verzinsels:)

    Geniet nog even van je laatste twee weekjes! Ik kan me voorstellen dat het wel lekker is om nog even alleen te reizen…

    oja, wat is een dingo??

    x Rianne

  2. oh, bedoel natuurlijk Israeliers…

  3. Een update-tje: Ik heb een plaats gevonden om te Wwoof-en! Zo’n 20 kilometer uit Adelaide, in de schitterende Adelaide Hills (iedereen noemt ze schitterend dus ik ben benieuwd!). Het is bij een gezin waar ik wat bomen moet hakken en dat soort werk. Ik ga er vandaag heen en word dan gelijk getrakteerd op een uitstapje: een Duitse markt. Wooh! Ben benieuwd of het wat is; in de beschrijving hebben ze het over een Japans huis en over Japans eten. Eens kijken hoe lang ik hier blijf en of het leuk is. Groetjes!

  4. Hoi Quirijn
    Gelukkig hebben jullie deze outbackavontuur overleeft zonder eigen urine to moeten drinken! Je hebt Down Under van Bill Bryson toch al gelezen?
    Klinkt alsof je nu in de buurt van Hahndorf zit, wist je dat ik als tiener een paar jaar in Adelaide woonde en daar op de universiteit bij North Terrace zat?
    Hoop dat je het werk leuk vind :)
    Wij hebben nu 2 franse meiden te gast, warmee wij dit weekend naar Canberra gaan. Volgende week vrijdag vertrekken wij voor Port Douglas en Mission Beach. Eindelijk ist de schoolvakantie aangebroken en het weer is tegelijk geweldig.
    Geniet van je laatste 2 weken. Je hebt al heel wat gezien en gedaan. Wat zal Nederland weer klein zijn bij vergelijk met Australie. Groetjes Jill

  5. PS Mooie fotos trouwens!

  6. Ja, onze wegen zijn geschijden, maar ironisch genoeg is onze reis naar Adelaide nog goedkoper dan die van jouw (iets waar ik heel blij van wordt). Sam en ik reizen de 10e van hier naar Adelaide voor 79 dollar, en nemen dan twee dagen later het vliegtuig naar Sydney voor 130 dollar. Hoe ga jij naar Sydney?

    Dag Q. Zie je in Sydney.

  7. Hoi Q,
    Prachtige verhalen
    En idd hopen we zo, dat je op tijd in Sydney bent.
    Dat moet nu wel te doen zijn.
    groeten vanuit Texel.

  8. Vet Quirijn! Echt een mooie reis!


Leave a response

Your response:

Categories