Wat is Australie pokke groot. Sorry, dat moest er even uit. Nog steeds zijn we met z’n drieen aan het liften, nog steeds richting Cairns. En hoewel het voor jullie ondertussen behoorlijk saai moet zijn om elke keer die liftavonturen aan te moeten horen, moet ik zeggen dat het nog steeds – serieus elke lift – een avontuur is. De ene tof en ongelooflijk, de andere ontzettend saai en misschien zelf rottig. Maar een avontuur is het nog steeds.
Doodnormaal schijnt het liften te worden, ook voor ons. Daarom maar even drie verhalen, zorgvuldig geselecteerd door drie echte backpackers. Backpackers waarvan je later zegt: ‘nou, nou, dat zijn bacpackers zeg!’. Want alles kromgepraat: wat zijn backpackers eigenlijk? De meeste backpackers hier in Australie, stappen de bus in met hun koffers om een paar uur later een duur en voorgeselecteerd hostel binnen te lopen om aldaar een boeking te maken voor een safari ofzoiets dergelijks. Nee, volgens mij ligt dat anders. Echte backpackers zijn volgens mij de jongens met zware tassen op hun rug, de jongens die niet bang zijn om een beetje af te zien, degene die het ene goedkope met het andere goedkope vergelijken en die jongens die de moed niet op geven als het allemaal even niet zo loopt als verwacht. Hier volgen, zoals gezegd, drie verhalen over echte backpackers waarvan de hoofdpersonen zich laten raden.
1:
De reis naar Bundaberg
Rainbow Beach is de hemelpoort voor degene die naar Fraser Island willen. Een klein knus dorpje, waar ondanks de grote toch alles te vinden is. Bovendien zijn de mensen hier vriendelijk en hoef je niet tweemaal te denken om je in al het feestgespuis te dompelen. Maar op Fraser Island is niets te beleven als het regent en als zoiets gebeurt krijgt Rainbow Beach opeens een heel ander gezicht… Mensen rennen gestresst langs ons compartement. Normaliter word ik hier niet wakker van, maar het is na 7en en het is tijd om pannenkoeken te eten (in de ochtend inderdaad, want dat is hier gratis). Het tikkende geluid van de regen op het dak overheerst echter. Regen? Nee, het stort alsof de wolk boven ons in een keer open is gegaan. De meeste tours die zijn geboekt (4×4 drives naar Fraser Island) worden afgezegd en geld moet worden terug gegeven. Mensen balen en lopen te chagarijnen op het moment dat wij de pannenkoekjes opsmikkelen. Wij vertrekken vandaag ook uit Rainbow Beach. We hebben lang gewacht, maar de regen is na al die dagen alleen maar harder gaan vallen. Ons doel voor vandaag is Bundagberg: hoofdstad van de Rum. Liften in de regen is echter geen pretje; niemand pikt een doorweeekte kat op aan de kant van de weg. Toch hebben we behoorlijk geluk: we worden met twee liften terug naar de snelweg gebracht, naar de MacDonalds ernaast om precies te zijn. Hier drogen wij wat op en genieten ondertussen van een BigMac. Het gaat vandaag niets meer worden is onze conclusie. De enige manier om heelhuids in Bundaberg aan te komen is om de helft van de route met de trein af te leggen. Nog heel even doorliften naar Maryborough om daar voor het laatste stuk lekker in de trein te zitten. Het geluk begint zich tegen ons te keren. We blijken namelijk op het verkeerde station in Maryborough afgezet te zijn: het station waar geen treinen meer rijden zegmaar. Maar geen nood! Om 8 uur ’s avonds komt een bus die ideaal aansluit met de trein vanuit Marie North. Op dat moment is het 4 uur ’s middags en zoals dat meestal gebeurt met pubers die zich vervelen: ze gaan domme dingen doen. We wachten inmiddels al 2 uur en buiten is het inmiddels donker geworden: het station is totaal verlaten. Om de een of andere manier lokt het vrouwentoilet ons, waarschijnlijk is het het flikkerende licht dat onze aandacht trok. Het toilet is een open vierkante kamer met een grote van een klaslokaal. De muren zijn totaal vol gegrafitiet. Helemaal aan de andere kant van het lokaal – recht tegenover de open deur – zijn drie hokjes met vieze wc’s. Het zal de vermoeidheid geweest zijn dat ons deze situatie als een ideale fotogelegenheid liet zien. We verschuiven de tafel die in de hoek van de kamer stond half voor de open deur. Ik zet mijn camera op de tafel direct tegenover de drie toiletten. Ik druk op de zelfontspanner en ren naar een van de toiletten. De andere twee jongens zitten al op hun toilet. Met z’n drieen zitten we naast elkaar (op elk een eigen toilet) te grijnsen als de foto wordt genomen. We bekijken het resultaat en besluiten het wat te lafjes te vinden: de broeken geeneens op de enkels?! We herhalen de setting en foto word al iets spannender. Het is echter mijn camera en voor de laatste foto zou ik graag in het midden zitten. Zo gezegd zo gedaan en ik ren dit keer dus naar het middelste toilet. We hebben onze broek en onderbroek op onze enkels en onze pose van geconcentreerde wc-gangers staat al onze gezichten. Nog 5 seconden staan er op de zelfontspanner als het gebeurt: de boze man van het station dat ons daarvoor maar al te duidelijk had
gemaakt dat dit station niet meer gebruikt wordt, loopt langs. Hij blijft staan en kijkt ongelooflijk naar de setting voor zijn ogen. Wij ondertussen weten van de situatie niets te maken en proberen half nog te poseren tijdens onze opkomende slappe lach. Vijf seconden hebben nog nooit zo lang geduurd. De man is alweer doorgelopen als de flits ons op de gevoelige plaat legt. Jaap met zijn duim omhoog, Sam slap van het lachen en ik half poserend en half lachend tegelijkertijd. Nog nooit hebben we zo hard gelachen en ons zelf voor het hoofd geslagen!
2:
Slapen is een gunst
De trein naar Bundaberg vanuit Maryborough kost ons dikke 26 dollar voor de luttele 45 minuutjes dat we er mee mogen rijden. Eenmaal in Bundaberg regent het nog steeds, maar goed nat zijn we toch al en donkerder kan het heus niet worden. Die 26 dollar zit ons echter wel een beetje in de maag en we spreken af zo goedkoop mogelijk proberen te slapen. Goedkoop heeft echter zijn keerzijde zo ervaren wij later… Onze reisgids brengt ons op de hoogte van een behoorlijk aantal Backpackers in dit stadje. Vol goede moed beginnen wij dus onze tocht naar de goedkoopste. De eerste is echter potdicht, geen straaltje zonnenschijn dat onder die deur door zou kunnen komen. De tweede is officieel dan ook wel gesloten, maar de lichten branden nog en we worden binnengelaten. Blij om eindelijk weer in een warme en droge omgeving te zijn, worden we dubbel teleurgesteld als we vriendelijk maar cordaat worden verzocht weer te vetrekken: deze backpacker is vol. De derde is een pub waarvan de eigenaar behoorlijk dronken is. Ook deze is vol, maar als we echt niets meer kunnen vinden, heeft hij nog wel een plekje op de vloer. We werpen een blik op de vloer en lopen snel weer verder. De vierde is weer een stukje terug, en staat bekent als de ‘Jail’, want ja: dit was vroeger een gevangenis. Hij is open! Bovendien heeft dit Backpacker zelfs nog plaatsen over: het kan gewoon niet meer stuk. De prijzen om te overnachten vinden we echter te hoog. De prijzen waren niet te hoog, maar na een treinticket van 26 dollar hadden we ons om de een of andere reden een kamer voor de helft van de normale prijs voorgesteld te vinden. Verder lopen dus maar. Onze benen zijn moe, onze tassen zijn zwaar en rot regen valt nog steeds. We zijn niet gelukkig met hoe alles loopt en daarom ook niet te genieten. Alles word echter nog een stuk stommer als we in onze gids onze laatste mogelijkheid zien staan: net iets buiten het centrum. Lopen in de regen en nog meer lopen in de regen met een rot humeur voor dat we eindelijk the place to be bereiken. Uitgeput laten we ons vallen op de banken die buiten onder een afdak staan. Op het zelfde moment wordt een groep stomdronken mensen afgezet met de taxi die spontaan een rits woorden naar ons toe slingeren, waaruit we opmaken dat er in ieder geen plaats meer is om te pitten. Balen dus, maar goed, die banken waarop we zitten, zitten prima en een nachtje op een bank is ook geen probleem. We zitten daar een half uur en worden uiteindelijk toch bang van de verhalen over de eigenaar. Een woeste kerel waardoor je ’s ochtends niet wakker gemaakt wil worden, helemaal niet als je ongewenst bent. Oftewel: we zijn genoodzaakt om dat hele pokke eind weer terug te lopen naar het centrum. Alles was stom op onze weg en iedereen irritant. Stom Australie! Stomme vuilnisbak! Stomme stoeptegel die daar veel te netjes ligt! We besloten terug te gaan naar de enige plaats die ons (goedkoop) een slaapplek had aangeboden. Nee: niet de ‘Jail’, maar de dronken kroegeigenaar. Eindelijk eenmaal daar, kon de eigenaar ons niet meer herinneren en terwijl hij moeite had om te blijven staan verzekerde hij dat hij echt geen plaats meer had. Het geheugen van de man hielp ons echter, toen hij zich een keer omdraaide en ons opeens een slaapplek kon geven. Voor $10 konden wij lekker op de bank gaan liggen in de woonkamer. Betalen zou de volgende ochtend wel komen. De woonkamer zat, ook nog gewoon om 2 uur ’s nachts, nog helemaal vol, voornamelijk met lawaaiege Japanners. We kregen het uiteindelijk zover om drie banken voor ons zelf vrij te maken. Jaap sliep meteen, maar Sam en ik… Wel: Sam en ik zijn de hele nacht wakker gebleven omdat de Japanners nou eenmaal de televisie perse aan en bovendien
op z’n hardst wilde houden. Om acht ’s ochtends hebben wij onze spullen gepakt en zijn we zonder te betalen (de eigenaar zou ons toch niet herinneren), weer verder gegaan. Het was deze dag dat wij naar Gladstone zouden gaan, ongeveer 140 kilometer verder op, maar waar ik die avond de andere twee niet heb gezien. Na de ontzettende rotdag in Bundaberg hebben Sam en Jaap een hele dag met hun duim omhoog gestaan om uiteindelijk kletsnat maar 40 kilometer verderop te komen. Ik ben ze uiteindelijk weer in Rockhampton tegen gekomen. Bundaberg hoef ik nooit meer te zien.
3:
Kom maar eens weg uit Marlborough
Marlborough (niet te vergissen met Maryborough eerder in het verhaal) is een klein, een echt heeel erg klein dorpje boven Rockhampton. Het staat op de kaart, maar daar is ook alles mee gezegd. We waren die dag laat vetrokken uit Rockhampton en vonden 100 kilometer meer dan genoeg. Bovendien kon je voor slechts $2 kamperen achter een pub. Kamperen hadden we hiervoor nog niet gedaan, maar Sam draagt al de hele tijd een tent met zich mee en dit leek ons een mooie gelegenheid. Dat de tent bedoeld is voor anderhalf persoon… Na (niet) slapen op een bank moest dat ook wel kunnen vonden wij. Door veel geld te hebben bespaart voor de nacht hadden we wat meer te spenderen voor het eten. In de pub hebben we alle drie dus een overheerlijk maal gegeten en voor het eerst weer wat bier gedronken. Bovendien hebben Jaap en ik onze pool vaardigheid behoorlijk opgekrikt door een aantal sinderende potjes te spelen. Laat maar voldaan zijn onze tent in gekropen die, inderdaad, maar voor anderhalf persoon geschikt is. Enkel Sam had een matje, dus erg lekker heb ik daar niet geslapen, maar voor $2 vind ik dat voor een nachtje allang best. Het was in Rockhampton trouwens al opgehouden met regenen, dus de volgende ochtend stonden we met een lekker zonnetje op. De dag kon niet meer stuk! Mackay was ons doel voor vandaag: 230 k’s verderop. Een behoorlijke afstand, maar tussen Marlborough en Mackay zijn amper andere plaatjes, dus als een auto je oppikt word je waarschijnlijk in een keer naar Mackay gereden. Een half uurtje lopen uit het plaatsje en lekker vroeg (elf uur) begonnen met liften. Alle drie hadden onze waterflessen gevuld omdat het behoorlijk warm zou gaan worden. Erg veel auto’s kwamen er niet langs, maar voldoende om een reele kans te hebben. Drie uur later stonden we nog steeds op de zelfde plek met onze duim omhoog. De zon brandde fel in onze nek en onze water voorraad was inmiddels totaal verdwenen. Bovendien begon mijn maag vreemde geluiden te maken, daar hij slechts 2 boterhammetjes met pindakaas had gekregen in de ochtend. Nog twee uur later en we stonden nog steeds op precies hetzelfde punt waar we die ochtend waren begonnen. Ons kelen branden en onze ogen begonnen Fatamorgana’s te toveren. We dachten nooit meer weg te komen uit dit ellendige stukje Australie toen er plots een vrachtwagen stoptte bij Sam. Vrachtwagens stoppen nooit. De meeste vrachtwagenchaffeurs mogen namelijk sinds een jaartje of twee niet meer stoppen om iemand op te pikken van hun bedrijf om verzekeringsredenen. Maar daar was het: Sam werd opgepikt. En Sam reed ons voorbij omdat er geen plaats meer was. En Sam realiseerde zich, net zoals wij op dat moment, dat hij waarschijnlijk de volgende dag zijn verjaardag in zijn eentje moest gaan vieren. Wanhopig om weg te komen hebben Jaap en ik nog een uurtje met onze duim omhoog gestaan. Uiteindelijk hebben we de hoop om ooit nog opgepikt te worden opgegeven en zijn we terug gaan lopen naar het dorpje. Een heerlijk koude Cola gedronken en uiteindelijk als een zielig hoopje in een hoekje gaan zitten. Sam had de tent en de pub was voor aankomende nacht vol. Met traantjes in onze ogen hebben we een truckdriver gesmeekt ons mee te nemen. Hij weigerde met pijn in zijn hart, maar vertelde ons over de bus die dezelfde avond nog naar Mackay zou vertrekken. Meteen hebben we een plaatsje geboekt: maar liefst $53 per persoon. Vier uur lang hebben ons in de pub een beetje proberen te vermaken. Wederom krijgen we een hardere stoot bij het poolen. Om half 1 kwamen we dan eindelijk aan bij het Backpacker waar we met Sam hadden afgesproken. Sam was er inderdaad en bovendien was hij nog wakker om in z’n eentje het begin van zijn verjaardag te vieren. Totaal uitgeput hebben we de beste jongen gefeliciteerd en zijn we uiteindelijk Mackay in gelopen: er was geen plaatst meer voor ons om te slapen. Elk Motel, Hotel en Pub in Mackay zijn we afgeweest en allemaal waren ze vol. Jaap en ik, toen toch al zo’n 18 uur wakker besloten dat de dag moeilijk erger kon worden door nog maar even wat langer te wachten. De hele dag hadden we gewacht. Gewacht en gewacht, maar waarop? Op een bankje tegenover de enige andere backpacker in de stad gingen we zitten. Elkaar wakker houdend omdat we anders of beroofd of opgepakt zouden worden. Om 8 uur ’s ochtends ging dan eindelijk Gecko’s Rest open. De boodschap werd ons echter al snel duidelijk: ook hier was geen plaats. Op dat moment waren wij 24 op de benen en de dag vertoonde nog steeds geen tekenen van een einde. De vrouw bij Gecko’s was echter aardig genoeg om toch nog even voor een plek voor de nacht te zoeken en ze kwam warempel met een naam. Een pub in het centrum van Mackay en er was inderdaad plek, maar de beden moesten nog verschoond worden. We zijn snel naar de Supermarkt gerend, hebben daar taart en wijn gekocht, zijn weer teruggerend en zijn uiteindelijk na 26 uur op een bed in slaap gevallen. De volgende dag (zelfde dag
dus nog) kwamen we Sam totaal bezorgd om half 5 tegen in de stad. Zijn verjaardag was tot dan toe volledig verknalt en had verwacht dat wij ergens vermoord in de goot lagen. Om 6 uur zijn we dan toch maar zijn verjaardag gaan vieren: lekker een stuk Chocolade Mud taart. Daarna heerlijk gegeten bij de Chinees en vervolgens Trivia gespeeld bij onze pub onder de naam Flyning Dutchmen (we gingen behoorlijk goed, tot het Sport gedeelte – Australische sporten…). We hebben de avond afgesloten met behoorlijk wat bier en zo kwam de dag toch nog goed. Maar wat een dag was het geweest…
Quirijn Petersen

Nog een paar losse puntjes:
- In Rockhampton ben ik naar de dierentuin geweest (gratis) en heb ik eindelijk Kangaroes en Koalas gezien.
- We reizen nog steeds richting Cairns; we zullen er waarschijnlijk nog 5 dagen om daar te komen (misschien langer als we stoppen in Airlie Beach).
- Sam is 20 geworden.
By: Quirijn on June 5, 2008
at 7:26 am
Hoi Lieverd, dus zo kan backpacken ook zijn. Misschien is nu de tijd rijp om te gaan werken dan heb je in ieder geval eten en onderdak. Gelukkig hebben jullie Sam nog op tijd gevonden om samen met hem zijn verjaardag te vieren.
Heb je de tape al van je teen afgehaald? Anders verweekt de hele boel. Je kan er toch ook weer een nieuwe tape om laten doen.
Zorg goed voor je zelf!
Liefs Mama
By: Nellie on June 5, 2008
at 7:54 am
man, man,de tranen lopen over mijn wangen van de lach! ik zie het helemaal voor me gebeuren, jullie klaar voor de foto en dan….prachtig voer voor een comedy!!
jullie moeten een boek schrijven! belde net met jaap die zei dat jij ook al iets had geschreven…ben dus schijnbaar de eerste die het leest.
jongens, ga zo door! geniet van het vrije leven..en by the way…de temperaturen in darwin zijn wel erg hoog….32graden..smeren dus straks,he??
liefs, marjon
By: marjon on June 5, 2008
at 11:01 am
trouwens…waar zijn die fotos????????
By: marjon on June 5, 2008
at 12:56 pm
Ik wil hier nog een belangrijke vraag aan toevoegen: ….waar zijn die foto’s???????
By: Co on June 5, 2008
at 4:10 pm
enne, bedankt voor het uitgebreide verslag! Leuk om te lezen!
By: Co on June 5, 2008
at 4:14 pm
En zo werd het toch nog een fijne verjaardag. Ik heb Sam, voor het eerst op zijn reis, telefonisch gesproken en hij zat echt te balen dat zijn 2 vrienden hem niet konden bereiken. Bovendien werd hij het hostel uitgeschopt door die @&€!?@ Austalien. (ongeschikt om een hostel te runnen)
Leuke reis verder!!!
By: Co on June 5, 2008
at 4:27 pm
Van zo’n foto wordt vast een poster gemaakt!
xx Nellie
By: nellie on June 6, 2008
at 10:33 am
Quirky
! Wat een heerlijk verhaal. Jullie zijn inderdaad echte bikkel-backpackers hoor! Ik zag laatst in m’n agenda trouwens dat je alweer over 5 weekjes alweer terug komt! En idd waar staan die foto’s in het groot :p! Arme sammeke helemaal ongerust haha. Gelukkig hebben jullie van z’n verjaardag toch nog een feestje gemaakt. Nou geniet daar volop van de zon hè (als de regen is opgehouden)! Kus
By: Nadine on June 7, 2008
at 9:46 am
Hoi Quirijn,
Ik voel een heel klein beetje met je mee ( ben net terug van schoolkamp met weinig slaap) maar…… hier schijn de zon! Regent het daar idd zo veel en vaak? Of is dat alleen als jullie er zijn?
We genieten van je verhalen. Ben benieuwd hoe noordelijk jullie nog komen, want nog maar 5 weken! Veel succes met het reizen en groeten aan Sam en Daan.
P.s. Er wordt hier altijd verteld, dat je in Australie struikelt over de kangoeroes. En jij naar een zoo?!
P.s. Als je er eentje (of eendje) tegenkomt neem je die maar mee voor Roosmarijn; haar hamster is net dood.
By: harm on June 7, 2008
at 12:43 pm
sam en JAAP dus (sorry Piet)
By: harm on June 7, 2008
at 12:45 pm
Update over mijn teen: ik heb een weekje geleden het verband er van afgehaald. Mijn voet was duidelijk afgeleerd om die teen te gebruiken, want hoewel ik het probeerde: hij bewoog gewoon amper. Misschien deels omdat ik toch een beetje bang was om hem te gebruiken ofzo. Jaap vond het ook veel te eng om naar mijn pogingen te kijken: net of ie elk moment weer kon breken. Uiteindelijk is het me toch gelukt, en op moment van schrijven is het weer mn oude eigen teen zoals daarvoor. Eind goed al goed dus!
By: Quirijn on June 9, 2008
at 6:28 am
Hoi Q,
Wel je teen goed wassen;
anders is het teentje knoflook.
Succes!
By: harm on June 9, 2008
at 4:04 pm
Hoi Q
En nog plannen w.b. schapenscheren?
En heb jij mogelijk een virus verstuurd :-]
In Brabant zijn nl. 200 mensen besmet geraakt met de zgn Q koorts. Deze ziekte zie je vooral bij mensen met schapen of geiten.
By: harm on June 12, 2008
at 5:36 am
…Ik weet het. *zucht*.
By: Jaap on June 17, 2008
at 4:15 am