Posted by: Quirijn | May 24, 2008

Het reisgenootschap van drie

Het is nog een hele klus om met het thuisfront in contact te blijven! Internetten is – mits niet te duur – nog prima te doen, maar bellen daarentegen… Ik ben door het verliezen van mijn mobiele-oplader irritant onbereikbaar en daardoor volledig aangewezen op telefoonkaarten. En daar beginnen de problemen.

Telefoonkaarten heb je hier in alle vormen en maten die je maar kan bedenken. Meestal koop ik ze in de hostels waar ik slaap. Hostels zijn het epicentrum van backpackers en hierdoor de hemel op aarde voor de telecom bedrijven. Voordeel voor mij is dan weer dat ik mooi alle prijslijsten naast elkaar kan leggen. Momenteel ben ik de trotse bezitter van The Genuine Aussie Phonecard. $10 krediet. Maar dan ben je er nog niet, neen! Je bent ten eerste aangewezen op een telefooncel (hebben wij die nog in Nederland?) die een 50 centje opslikt om je toegang te geven tot de regio. Het lokale nummer van Brisbane is 30361917. Even wachten, en je word doorverbonden met de centrale. Er word om je PIN gevraagd. Een nummer van 12 cijfers dat op je kaart staat (eerst even krabben om het nummer te voorschijn te toveren). Wederom krijg je de aardige vrouwenstem aan de lijn die je ditmaal verteld hoeveel krediet je nog over hebt. En dan komt het… Zoek maar eens uit hoe je alle landnummers en regiocodes in elkaar moet schuiven om uiteindelijk tot een accepteerbaar nummer te komen! Oftewel, we beginnen met een 0011 om uberhaupt in Australie te kunnen bellen. We vervolgen met een 0031 om aan te geven dat je naar Nederland wilt bellen. Maar wacht! De twee nullen laat je weg… Daarna het thuisnummer waar je wederom de nullen weg moet laten in het begin. Efin, het nummer dat uiteindelijk op je schermpje staat laat je duizelen.

Feit is dat ik gister weer eens naar huis heb gebeld. Ondanks dat ellendig lange nummer laat het horen van stemmen de grote afstand verdwijnen. Ik vroeg mijn ouders het oren van het lijf over alles wat er sinds de laatste keer is gebeurd en hetzelfde geld voor mij. Erg leuk om te horen dat zo veel mensen waarderen wat ik schrijf! En voor mij weer erg leuk om te horen dat Roosmarijn is aangenomen op het UMC: gefeliciteerd!

Terug naar Australie, waar ik inmiddels alweer een flinke maand zit. In Byron Bay is Jaap van Dam bij ons gevoegd! Het reisgezeldschap bestaat nu dus uit drie klasgenoten. In tegenstelling tot Sam en ik, is Jaap zijn reis nog maar net begonnen en hij heeft het Nederlandse wit nog schattig op zijn gezicht. Jaap werd aangestoken door onze verhalen over het snorkelen en – ditmaal met z’n drieen – hebben we wederom een poging gewaagd het schipwrak te vinden. Lekker uren in de zee liggen dobberen en constant de bodem afspeuren naar vissen. En ja hoor, we hebben het schipwrak gevonden! Als een dreigende schaduw lag hij opeens voor ons. De verhalen over haaien en veels te grote vissen waar we hiervoor om hadden gelachen, lieten ons nu in een krimpen. Je zit namelijk geen schipwrak, maar een schaduw. Het heeft heel wat moed gekost om de schaduw in te duiken, maar wat was het het waard! Vissen overal om je heen, van klein naar groot en in alle soorten prachtige kleuren. We hebben geen haaien gezien. ’s Avonds lekker om het kampvuur gezeten met een glas Goon (goedkope wijn) om de mooie dag af te sluiten. Vakantiegevoel alom.

Onze tijd in Byron Bay was mooi, maar we wilden verder! Meer zien van dit enorme land. Liften met z’n drieen? Wie zou zo gek zijn om ons ooit op te pikken. In je eentje heb je veel meer kans van slagen! En toch wilde we perse naar Nimbin, een hippiedorpje een uurtje rijden van Byron. We besloten er wat competitie in te gooien door apart te gaan liften en te kijken wie het snelst was. Weer even lekker in m’n eentje op pad dus. Ik had het recht van de slapste door mijn gebroken teen en hoefde dus het minst ver te lopen (je gaat natuurlijk niet direct naast elkaar staan). Niet veel later scheurde ik in mijn bolide langs de andere twee die nog aan de kant van de weg stonden. Ik was onderweg! In vier verschillende wagens, waarvan de laatste van een hippie van jewelste was, kwam ik uiteindelijk Nimbin aan. Kleine teleurstelling: Jaap en Sam waren er ook al, ik had dus duidelijk niet gewonnen. Jaap wel. Nimbin is wat je over Nimbin leest: klein en stampvol met hippies en de geur van Marijuana. Net alsof je 40 jaar terug in de tijd bent. Alle hippies van toen die hun leventje niet op hebben willen geven en er nu als verlopen Rocksterren bijlopen. No Worries heeft nog nooit zo erg gegolden. Wij sliepen in de Rainbow Retreat, iets lopen van het dorpje. De wallabies (kleine kangaroes) sprongen vrolijk langs de weg.  Een soort van camping, midden in de natuur, waar ze ook gewoon kamers hebben. En wat voor een kamers! Je kan slapen in een huifkar, een tippie, een huisje dat het meest doet denken aan de toren van Pisa of gewoon kamperen. Met onze portemonaie in onze zak hebben we maar voor het gewone gebouw gekozen. Een aantal kamers naast elkaar tegenover de keuken en de woonkamer. Allemaal prachtig versierd en geverfd. ’s Avonds zaten we samen met een hele groep in de openbare tippie, waar door de andere de joint veelvoudig werd doorgegeven. Urenlang hebben we platgelegen om een oude rot die zijn levensverhalen wel wilde vertellen, maar niet helemaal meer in staat was om dat goed over te brengen. Plotwendingen over plotwendingen, om uiteindelijk het hele verhaal weer om te gooien met andere hoofdrolspelers. Hij had in ieder geval het vermogen sfeer in het totaal te brengen. De tweede en laatste nacht in Nimbin draaide ongeveer op gelijke wijze af, hoewel er ditmaal een uberhippie was die cabaratier bleek te zijn. ‘What do you ask a philosofer with a job?’ … ‘Can I have a BigMac?’

Al die organische geuren om je heen is niet goed voor te lang en dus vertrokken we uiteindelijk weer. Met hetzelfde principe als de eerste keer, probeerden we alle drie apart om als eerste in Surfers Paradise uit te komen. Zoals gewoonlijk reed ik weer als eerste de andere jongens voorbij. Maar na mijn derde lift, moest ik toch een behoorlijk lange tijd wachten. Uiteindelijk stopten er een auto waar Jaap en Sam ook al in bleken te zitten! Weer hereningd zijn we tot vlakbij Surfers gereden. Onder het genot van een stuk pizza hebben we de skyline van Surfers een tijd lang bewondert en hebben we voor het laastse stuk uiteindelijk maar de bus genomen. Toch wel zo makkelijk.

Surfers Paradise is een veelbelovende naam, die al snel tegen blijkt te vallen. Ubertoeristisch en de golven schijnen meer naar het zuiden veel beter te zijn. Dus… Hebben we er zelf maar iets van gemaakt! Met een festijn aan eten in Burger King (onee, dat heet hier Hungry Jacks natuurlijk), lol in een enorme speelhal en een bikinicontest in de kroeg. Ik heb hier bovendien Aussie Rules Rugby leren waarderen door met een grote menigte naar NSW vs QSL te kijken op een plein midden in de stad (op een groot scherm). Maar waar ik vooral naar uitkeek (Sam ook, maar Jaap totaal niet) was de finale van de Championsleague! Manchester United tegen Chelsea. Een klein drempeltje was echter wel dat dit op Europese tijden werd gespeeld. Oftewel: om de wedstrijd live te kunnen zien moesten we om half vijf ’s ochtends in de kroeg zitten. Sam en ik hebben dat natuurlijk gedaan en hebben de zon tijdens het voetballen op zien komen. Manchester United heeft mede dankzij Van Der Sar gewonnen! Half negen ’s ochtends waren we weer thuis, volledig uitgeput… We zijn ’s avonds nog wel naar de film geweest (de nieuwe Indiana Jones kwam die dag uit) mede omdat Jaap wel lekker door had kunnen slapen en veel te veel energie had. Op onze derde dag waren we dus helemaal kapot, maar besloten we wel weer verder te gaan. Brisbane zou met een uurtje rijden te halen moeten zijn. Maar Brisbane is een grote stad en hoewel er veel wegen naar toe leiden zijn dit allemaal minstens driebaanswegen waar niemand stopt. Bovendien kwamen we geregeld het bordje tegen dat stoppen hier verboden was en het feit dat we dit keer met zn drieen tegelijkertijd probeerden te liften hielp ook niet echt. Vlak voor het bordje waarop ons verboden werd door te lopen stopten er dan uiteindelijk toch een auto. We konden ons geluk niet op, hoewel de man ons niet helemaal naar Brisbane kon brengen, maar wel halverwege. Het vonden het allemaal wel prima. Hij zette ons af bij de MacDonalds langs de snelweg. Hier hebben we een tijdlang voor uitgestaard, half beseffend dat we een burger aten. Door de stimulerende werking van de Cola zijn we toch maar weer verder gegaan. Wonder boven wonder pikten iemand ons op na een uurtje (er was maar een reele plek om te liften, dus waren we genoodzaakt bijelkaar te blijven). Na uiteindelijk een lange tijd door Brisbane te hebben geslenterd viel ik totaal uitgeput in slaap in ons hostel voor de nacht. ’s Nachts nog wel even wakker geworden door het kleterende geluid van een Zweed die dronken thuis was gekomen en nu zijn bed aan het be-urineren was. Met een glimlach ben ik uiteindelijk weer in slaap gevallen.

Jaap en Sam schrijven op hetzelfde moment hun stukjes, welke dus waarschijnlijk behoorlijk gelijk gaan zijn, maar vanuit een ander gezichtspunt. Benieuwd? Hier kan je ze vinden: Sam en Jaap. Met mijn teen gaat het trouwens prima, hoewel ik er wel van baal dat ik dus nu niet kan surfen. Ik blijf hier in Brisbane nog een tijdje met de jongens om even toekomstplannen te gaan maken. Ik zal jullie op de hoogte houden!


Responses

  1. Hoi Quirijn;
    Leuk om weer wat te lezen.
    Het is nu echt vakantie vieren begrijp ik.
    Leuk om wat foto’s te zien Mog meer?
    Grappig dat je ook die hippietijd nog terugvindt.
    En die duitse schone…. hoor ik nog wel?
    Naar het noorden (Darwin?) is nog erg ver. Ben beniuwd. We lezen je stukjes met veel belangstelling; dus niet zo lang wachten!

  2. Lieve, leuke Quirijn,

    Al je verhalen heb ik met veel plezier gelezen, met bewondering voor je schrijftalent en je (lijkt wel) onverwoestbare humeur. Je beschrijft je avonturen heel beeldend en duidelijk is dat je volop geniet. Wat had jouw Oma dat allemaal (nou ja, bijna allemaal) prachtig gevonden.

    Hartelijke groet,
    Hetty

  3. Lift, anyone?

  4. hey q!

    blijft leuk om jullie verhalen in 3 voud te lezen, al verschillen ze af en toe…ook erg leuk dat ik nog eens een foto van jaap te zien krijg op jullie site!
    jammer van jullie mobieltjes..begrijp dat het bellen erg ingewikkeld is, vandaar dat jullie maar mooi met regelmaat moeten mailen, nietwaar ouders???
    take care, mate en geniet van jullie vrijheid!

    liefs, marjon

  5. Yo bro’,

    zoals je al meegekregen hebt ben ik inderdaad (ook, net als bij Ter Gooi) aangenomen bij het UMC. De laatste wtee studiejaren ga ik afmaken in het ziekenhuis te Utrecht. 32 uur per week werken en een dag in de week naar school. Salaris, studie wordt betaald, reiskostenvergoeding en mijn boeken worden betaald. Kan dus niet beter :D

    Jij vermaakt je daar prima lees ik. Heerlijk om je verhalen te lezen en oh wat blijf ik jaloers. Blijf maar lekker lang daar en ons op de hoogte houden met je verhalen. Zo voelt het even een paar minuten als ik aan het lezen ben alsof ik zelf op reis ben.

    Kus!kus!

  6. heey Q,
    lachuh dat jullie nu met z’n drieen op pad zijn! Volgens mij hebben jullie daar de grootste lol.
    Ik vind het nog steeds super om je verhalen te lezen!
    Dikke zoen Flop

  7. Oi captain Swallow! We zijn nu al weer een paar dagen in Rainbow Beach, en tot nu toe elke avond feest! Rainbow Beach zelf is niet echt bijzonder, maar het is de toegangspoort naar Fraser Island. Laten wij nou net het briljante idee hebben om daar naar toe te gaan! De meeste mensen boeken voor Fraser Island een 4×4 drive tour en crossen daarmee 3 dagen over het eiland. Is leuk, maar het kost erg veel geld en je kan ook andere dingen doen: een great walk van 6-8 dagen! Met deze hike kom je op plekken waar je met de auto niet kan komen en deze schijnen schitterend te zijn! Bovendien kost het echt niets: $4.50 per nacht (moeten we dan nog wel een tent kopen, maar die is maar $40). Ok, dat hadden we dus allemaal mooi gepland, maar toen begonnen de problemen.

    Het eerste probleem was en is: het regent hier nu. Het regent. En hard. Dat zou bikkels als ons niet mogen tegen houden, maar toch, zo’n schitterend eiland is dan opeens niet meer zo schitterend. Een ander punt is (dit vonden we deels juist zo aantrekkelijk van deze track) dat haast niemand deze track ooit maakt en daarom is er geen of haast geen vervoer naar het beginpunt en vervoer vanaf het eindpunt van de track. Daar de track midden op het eiland begint, is dat dus wel een probleem; het zou dan meer een 11-13 dagen track worden. En daar zit een ander knelpunt: dat kost allemaal veel te veel tijd! Een weekje is prima, maar twee weken is wel erg veel tijd om door de regen te lopen. Het gaat het allemaal dus niet worden. Helaas, 90 kilometer lekker wandelen door de neus geboord. Het Jaap zijn eerste track kunnen wezen en wat voor een! Shit happens. Morgen dus maar weer verder trekken richting Cairns!

  8. Are your parents retards? ‘Cause you look f*cking special! Wooh! Wooh!

  9. Hoi Quirijn,
    Het is volgens mij elke dag feesten daar.
    Nu maar richting Cairns (lijkt me echt ver!)
    Vandaag hier ook echte tropische buien.
    groeten Harm


Leave a response

Your response:

Categories